Korte samenvatting
Schets eerst het kader en laat dan de imperfeito lopen: Antigamente, a gente morava no interior. (Vroeger woonden we op het platteland.)
costumava + infinitief maakt de vroegere gewoonte expliciet: Ele costumava pescar. (Hij ging vroeger gewoonlijk vissen.)
costumar is niet acostumar — het tweede is ergens aan wennen
Algemene gewoonten krijgen meestal de gewone imperfeito; estava fazendo kan een tijdelijke routine beschrijven
Eén afgeronde gebeurtenis krijgt de perfeito: Uma vez eu fui a Salvador. (Eén keer ging ik naar Salvador.)
Stel voor met Que tal…? of Topa…? + zelfstandig naamwoord of infinitief, of Vamos…? + infinitief
marcar zet een plan in de agenda, combinar spreekt het af, remarcar verplaatst het
Combinado! is het woord dat een plan afrondt