Korte samenvatting
Mogelijke aanwijzingen zijn ‘nossa’, ‘que’, ‘bem’, ‘super’ en de uitdrukking ‘até parece’
Prosodie kan een ironische lezing ondersteunen; geen vaste akoestische grens duidt die aan
Verkleinwoorden kunnen genegenheid of kritiek uitdrukken volgens de context
Schijnlofconstructies: ‘Que maravilha!’ ‘Parabéns!’ ‘Genial!’
Implicatuur hangt af van context en algemene gespreksprincipes
Indirectheid hangt af van de situatie en relatie
Ironische kritiek kan gezichtsbedreiging verzachten of versterken
Echovragen kunnen verduidelijken of spotten volgens de context