Korte samenvatting
In deze veelgebruikte toestandsuitdrukkingen gebruikt het Portugees zelfstandige naamwoorden met ter of estar com. Het heeft ook bijvoeglijke naamwoorden voor toestanden.
ter + zelfstandig naamwoord kan een huidige of algemene toestand beschrijven: Ela tem medo de avião. (Zij is bang om te vliegen.)
estar com + zelfstandig naamwoord beschrijft vaak de huidige toestand: Estou com fome. Tenho fome kan ook betekenen dat je nu honger hebt.
ficar com + zelfstandig naamwoord = in de toestand komen: Fiquei com fome depois do treino. (Ik kreeg honger na de training.)
Het woord voor ‘veel’ past bij het zelfstandig naamwoord: muita fome, muito frio.
estar com + iets betekent dat je het bij je hebt: Está com você? (Heb jij het?)
Zeg om duidelijk te beschrijven dat je het warm of koud hebt Estou com calor of Estou com frio. Estou quente en Estou frio kunnen fysieke temperatuur beschrijven of figuurlijke betekenissen hebben, afhankelijk van de context.