Korte samenvatting
-AR-werkwoorden: -ei, -ou, -amos, -aram (falei, falou, falamos, falaram)
-ER-werkwoorden: -i, -eu, -emos, -eram (comi, comeu, comemos, comeram)
-IR-werkwoorden: -i, -iu, -imos, -iram (abri, abriu, abrimos, abriram)
Gebruikt voor afgeronde handelingen in het verleden met duidelijke eindpunten
Vaak samen met tijdsaanduidingen: ontem, semana passada, ano passado
De nós-vorm van -AR/-ER/-IR-werkwoorden heeft in het Braziliaans-Portugees dezelfde geschreven vorm als de tegenwoordige tijd (falamos, comemos, abrimos)
Let op de spelling: cheguei, fiquei, comecei, paguei (alleen in de eu-vorm van deze verleden tijd)
Je vaste tijd om verhalen en ervaringen uit het verleden te vertellen