Korte samenvatting
De kerncombinatie: estar + gerundium → Estou trabalhando. (Ik ben aan het werk.)
De vraag die je de hele dag hoort: O que você está fazendo? (Wat ben je aan het doen?)
Naar de voortgang vragen: Como está indo? (Hoe gaat het?)
Woorden voor tijd en voortduring: agora, agora mesmo, neste momento, ainda, no momento; ainda betekent "nog steeds"
Nog steeds bezig → continuar + gerundium: Continuo esperando. (Ik wacht nog steeds.)
De laatste tijd → andar + gerundium: Ando estudando muito. (Ik studeer de laatste tijd veel.)
Blijft gebeuren → ficar + gerundium: Ele fica reclamando. (Hij blijft klagen.)
Twee dingen tegelijk → enquanto: Ouço música enquanto trabalho. (Ik luister naar muziek terwijl ik werk.)