Korte samenvatting
Onde fica…? = waar een plek is
Como chego…? = hoe je ergens komt
ir voor gaan, vir voor komen: vou ao hotel, venho do aeroporto
Gebruik de voor de hier genoemde vervoermiddelen: de ônibus, de metrô, de táxi; lopen is a pé.
Het Portugees voor op reis zit vol samentrekkingen: ao, no, na, do, da
Fica perto? / Fica longe? — je vragen om je te redden